BEGIN OVERZICHT LIMBURG OVERZICHT PER SOORT WIJZERWEETJES

Zonnewijzer bij het Prinsenhof in Groningen
de mooiste van Nederland

De zonnewijzer bij het Prinsenhof in Groningen is ongetwijfeld de mooiste van Nederland.

Hij staat boven de poort die toegang geeft tot de tuin, gericht naar de binnenkant van de tuin.

De zonnewijzer dateert van 1731 toen hij een oudere verving. In het begin van de 20e eeuw is hij daar enkele jaren weggeweest maar hij staat er nu weer en is sinds 1983 gerestaureerd.

Het Prinsenhof was de ambtswoning van de prins-stadhouder in Groningen.

In oude kronieken schrijft men over "een zonnewijzer van wakkere groote, wiens gelijken van konst en uitvindinge in geheel Nederland niet te vinden zal zijn...."

Ook de makers worden genoemd: Cremers en Doornbusch, "...twee treffelijke Groninger konstenaren en groote beminnaren der wiskunde."

De hedendaagse bezoekers van de tuin staan nog steeds in bewondering voor de praal van de zonnewijzer. Waartoe het ingewikkelde lijnenspel dient, weten zij meestal niet.

Wie even verder leest komt het te weten.






Foto (1983) Frans Maes


Foto Eugène Roebroeck

De zonnewijzer getekend in een meer moderne versie
In de figuur hiernaast is de zonnewijzer hertekend. De teksten zijn uit het Latijn of uit oud-Nederlands in hedendaags Nederlands gezet. De lijnen kregen een andere kleur om ze duidelijker van elkaar te onderscheiden.

Ook deze tekening toont een ingewikkelde wirwar van lijnen. Zij is echter in lagen opgebouwd zodat de uitleg hierna  laag per laag kan gebeuren.





Tekening (2009) Willy Leenders

Een gewone verticale zonnewijzer voor de plaatselijke zonnetijd
De basis-zonnewijzer is de eenvoudigste. De schaduw van de stijl wijst het uur aan. Op de tekening is het 10.30 uur.

Dit is de echte plaatselijke tijd in Groningen, ook wel de zonnetijd genoemd. Als het middag is en de zon het hoogst staat is het 12 uur. Een uur later is het 13 uur, een uur eerder was het 11 uur enz.

Omdat wij met andere West-Europeanen de afspraak hebben om onze tijd gelijk te zetten loopt ons uurwerk altijd voor op de zonnewijzer, de ene dag al meer dan de andere en in de zomer nog een uur extra. Details daarover lees je hier.

De tijdsverdeling op de rand verloopt in drie stappen: de uren/halfuren, de kwartieren en de minuten.

Romeinse cijfers duiden de uren aan tussen half negen 's morgens en halfzeven 's avonds. Buiten die tijd is de zon verborgen achter de zonnewijzer of is ze nog niet opgegaan. Ook voor de tijd als de zon,
's morgens  en 's avonds, laag voor de zonnewijzer staat zijn er geen aanduidingen.

Het bolletje op de stijl en zijn schaduw hebben voor deze toepassing van de tijdsmeting geen nut.

Merk op dat de uren niet symmetrisch verdeeld zijn over de zonnewijzer. Dat komt omdat de muur en dus ook de zonnewijzer niet precies naar het zuiden gericht zijn. Zij wijken van die richting bijna 28 graden af in westelijke richting.


Tekening (2009) Willy Leenders

Datumlijnen voor datums met een een geheel aantal zonne-uren
Een bundel gebogen lijnen (op de tekening rood) vormen 'datumlijnen'. De datums worden niet vermeld. De uiterste datumlijnen zijn die voor het begin van de winter bovenaan (omstreeks 21 december) en die voor het begin van de zomer onderaan (omstreeks 21 juni).
Daartussen liggen datumlijnen voor datums waarop de zon een geheel aantal uren schijnt tussen zonsopgang en zonsondergang.

De schaduw van het bolletje, dat op de stijl zit, volgt op zo'n datum de betreffende datumlijn van 's morgens tot 's avonds. Bij de lijn staat telkens in Romeinse cijfers het aantal uren dat de zon schijnt op die dag, aangegeven als 'de lengte der dagen'. De tekening toont een situatie aan waarop dit XIII is.

Links op de lijnen staat het uur van zonsopkomst, rechts dit van zonsondergang op de betreffende dag. Op de tekening is dit voor de lijn waarop de schaduw van het bolletje valt, 5 1/2 en 6
1/2 (5.30 uur en 18.30 uur).

Eén van de datumlijnen is niet gebogen maar recht. Het is de lijn gemeenschappelijk voor het begin van de lente (omstreeks 21 maart) en voor het begin van de herfst (omstreeks 23 september). De zon gaat dan op om 6 uur en gaat onder om 18 uur. De dag (uren zonneschijn) duurt dan 12 uur (XII). Dit zijn overigens de enige dagen waarop de zon precies in het oosten opgaat en in het westen ondergaat.

Als de schaduw van het bolletje zich tussen lijnen bevindt kan je door in te schatten waar de schaduw zich bevindt, steeds bepalen hoe laat op die dag de zon opgaat en ondergaat en hoelang de dag
(uren zonneschijn) duurt.



Tekening (2009) Willy Leenders

Uurlijnen voor Babylonische uren
In het tijdsmetingsysteem dat wij gebruiken begint en eindigt de dag om middernacht. Daartussen liggen 24 uren.

Dat is niet altijd zo geweest. Bij de uuraanduiding in Babylonische uren begint en eindigt de dag bij zonsopgang. Daartussen liggen 24 uren.

In dit stelsel zeggen dat het 3 uur is betekent dat de zon reeds 3 uur op is.

Op de zonnewijzer geeft de schaduw van het bolletje op een aantal rechte lijnen (op de tekening blauw) de Babylonische tijd aan. De tekening toont een situatie waarop het 5 uur is.

Op het middaguur kan het, afhankelijk van het seizoen, 4, 5, 6, 7 of 8 uur Babylonische tijd zijn.



Tekening (2008) Willy Leenders

Uurlijnen voor Italiaanse uren
Bij de uuraanduiding in Italiaanse uren begint en eindigt de dag bij zonsondergang. Daartussen liggen 24 uren.

In dit stelsel zeggen dat het 15 uur is betekent dat het 15 uur geleden is sinds de zon onderging. En dus ook dat het nog 24 - 15 = 9 uur duurt voor ze weer ondergaat en de dag eindigt.

Op de zonnewijzer geeft de schaduw van het bolletje op een aantal rechte lijnen (op de tekening groen) de Italiaanse tijd aan. Daarvan afgeleid geven cijfers (op de tekening grijs) bij dezelfde lijnen aan hoelang de zon nog schijnen zal.  De tekening toont een situatie waarop het 16 uur is en de zon nog 8 uur zal schijnen.

Op het middaguur kan het, afhankelijk van het seizoen, 16, 17, 18, 19 of 20 uur Italiaanse tijd zijn of andersom geteld, de zon kan nog 8, 7, 6, 5 of 4 uur schijnen.

De tijdsmeting in Babylonische of Italiaanse uren stamt uit de tijd dat men werkte van zonsopgang tot zonsondergang.




Tekening (2009) Willy Leenders

Verloop van een datumlijn
Op de tekening hiernaast  zijn alle lijnen aangebracht behalve de datumlijnen. Daarvan is slechts één getekend, die van een datum waarop de dag 13 uur (XIII) duurt (rode lijn).

Zo is duidelijk te zien dat deze datumlijn de verbindingslijn is van de snijpunten van Babylonische en Italiaanse uurlijnen. De 13 uur zonneschijn wordt achtereenvolgens samengesteld door:
4 uur reeds geschenen + 9 uur nog te schijnen = 13
5 uur reeds geschenen + 8 uur nog te schijnen = 13
6 uur reeds geschenen + 7 uur nog te schijnen = 13
7 uur reeds geschenen + 6 uur nog te schijnen = 13
enz.

In elk snijpunt komen 4 lijnen samen:
- de uurlijn voor het Babylonische uur
- de uurlijn voor het Italiaanse uur
- de datumlijn volgens het optelsommetje hierboven
- de schaduwlijn (het zonne-uur) volgens de optelsom:
(Babylonisch uur + Italiaans uur) / 2.
In de situatie op de tekening:
(5 + 16) / 2 = 10,5 (10.30 uur)

Het zonne-uur, afgelezen op de basis-zonnewijzer, is gelijk aan de halve som van het Babylonische en het Italiaanse uur.


Tekening (2009) Willy Leenders

Een medaillon met informatie
In het medaillon zijn de namen van de makers van de zonnewijzer aangebracht en de gegevens, nodig om de zonnewijzer te kunnen ontwerpen:

de breedtegraad van de plaats

de orientatie van de zonnewijzer, dit is de richting waarop de zonnewijzer 'uitkijkt'

de hoek die de substijl maakt met de 12-uurlijn - de substijl is de projectie van de stijl op het zonnewijzervlak

de hoek tussen stijl en zonnewijzervlak (tafereel), loodrecht op dit vlak gemeten

Op de tekening hiernaast is duidelijk te zien dat de tijdsverdeling tot op de minuut is aangebracht.


Tekening (2009) Willy Leenders

Een belerende spreuk
De zonnewijzerspreuk is zoals vaak nogal belerend.

Hoe anders en minder calvinistisch klinkt een gezegde in het zuiden: La meilleure façon de gagner sa vie est de perdre son temps (Je hebt in je leven het meest te winnen door je tijd te verliezen).

In het Latijn luidt de spreuk bij het Prinsenhof:
TEMPUS PRAETERITUM NIHIL,
FUTURUM INCERTUM,
PRAESENS INSTABILE,
CAVE NE PERDAS HOC TUUM.



Tekening (2009) Willy Leenders